Wijsheid en mededogen

Het boeddhisme leert over wijsheid en mededogen.

Wat ook de traditie, de vorm, de doelgroep, de mate van engagement ... in al zijn varianten zal het boeddhisme in zijn onderricht steeds wijsheid en mededogen leren: wijsheid als helder inzicht in de werkelijkheid en mededogen als de onlosmakelijke consequentie van dat inzicht. Daarin zit de dienstbaarheid van het boeddhistisch onderricht.

De oudste formulering van de boeddhistische visie zijn de vier ‘Edele Waarheden’. Zij tonen ons hoe we in ieder ogenblik ons lijden veroorzaken door de krampachtigheid waarmee we ons aan een aantal illusies vasthouden, hoe we bevrijd van die kramp een vrijer en gelukkiger leven kunnen leiden, en ze stellen een pad voor dat tot die bevrijding kan leiden.

In een latere ontwikkeling wordt ook een ander element sterk benadrukt: deze bevrijding is in ieder van ons als mogelijkheid aanwezig. Alle levende wezens hebben de boeddhanatuur en zijn daardoor in staat die te realiseren.

In de oudste teksten lezen we al dat deze beoefening niet alleen gericht is op het eigen welzijn maar op het welzijn van alle levende wezens. Wijsheid is geen individuele kwestie. Mededogen is de functie van wijsheid. Wijsheid en mededogen verhouden zich tot elkaar als de vlam en het licht dat ze uitstraalt.

Daarom is ieder boeddhisme geëngageerd boeddhisme.