Boeddhistische iconografie

Het boeddhisme heeft een rijke iconografie en heeft een schat aan kunst voortgebracht. Toch kent het geen idolatrie of afgodenverering.

In het oudste boeddhisme waren er geen Boeddhabeelden. Van de historische Boeddha zijn nooit tekeningen, schilderijen of beelden gemaakt. Men is maar beelden beginnen maken, eeuwen later,  onder invloed van de Grieken die zich in het kielzog van Alexander de Grote in India gevestigd hadden. Daarom is de oudste boeddhistische kunst hellenistisch. Boeddhabeelden lijken op beelden van Apollo, met Griekse gelaatstrekken en gedrapeerde Griekse toga's. Pas later ontwikkelden zich verschillende eigen stijlen.

Waarom iemand afbeelden waarvan we niet weten hoe hij er uitzag? De beelden geven niet zozeer een concrete persoon weer maar drukken een aantal eigenschappen van die persoon uit. De beelden stralen een milde open aanwezigheid uit. De Boeddha was een mens net als wij en dat betekent dat deze menselijke eigenschappen ook voor ons toegankelijk zijn. Boeddhabeelden zijn uitdrukkingen van een mogelijkheid van zijn.

In het Theravada boeddhisme vinden we enkel de historische Boeddha afgebeeld. In het Mahayana boeddhisme vinden we een plethora van boeddha’s en bodhisattva’s. Hier gaat het niet langer om afbeeldingen van een historische figuur maar wel nog steeds om in beeldvorm uitgedrukte eigenschappen. Het mededogen van de Boeddha krijgt zijn personificatie in de vorm van de bodhisattva Avalokitshvara, die in China de vorm krijgt van Guanyin vaak afgebeeld als een vrouwelijke gestalte.

De bodhisattva Manjushri is dan weer de expressie van de wijsheid van de Boeddha, vaak afgebeeld met een vlammend zwaard dat glashelder onderscheid maakt tussen inzicht en begoocheling.

Mediterende Boeddha’s drukken een heldere open aanwezigheid uit. Zo doen ze het de beoefenaar letterlijk voor.