Traditie en vernieuwing

‘Als de monniken het willen kunnen de minder belangrijke regels terug afgeschaft worden’ is een van de laatste instructies van de Boeddha aan Ananda kort voor zijn dood.

Dit kleine zinnetje krijgt grote consequenties. Achteraf realiseert Ananda zich dat hij nagelaten heeft te vragen wat dan de minder belangrijke regels zijn. Meteen is er ruimte voor twee opties.

Het is de verdienste van de Theravada traditie om tot op heden het oorspronkelijke onderricht van de Boeddha zo getrouw mogelijk te bewaren. Bij de opkomst van de Mahayana traditie wordt een andere weg ingeslagen. Met dezelfde intentie het onderricht van de Boeddha zo zuiver mogelijk door te geven worden nieuwe regels en teksten geredigeerd aangepast aan nieuwe omstandigheden.

Het is een dynamiek die we zien doorheen de hele geschiedenis van het boeddhisme. Enerzijds is er groot respect voor de traditie. Anderzijds zien we een terugkerend patroon van degeneratie en regeneratie. Tradities zijn als verpakkingen: ze bewaren en verbergen. Het boeddhisme zou niet kunnen bewaard blijven zonder de concrete menselijke organisaties met hun regels, hiërarchie en vaste vormen. Het risico is dat de organisatie verward wordt met de leer zelf.

Daarom zien we telkens waar verstarring optreedt, binnen het boeddhisme een soms ronduit iconoclastische tegenreactie.  Traditie is belangrijk maar ze moet steeds weer op haar plaats gezet worden. Zo lijkt het alsof het boeddhisme zich steeds opnieuw uitvindt.

Het boeddhisme is in zijn geschiedenis ook een aantal keren vervolgd geweest. Merkwaardig genoeg is het steeds de verstarring geweest en niet het iconoclasme dat hiertoe aanleiding gaf.