Oefenen en vertrouwen
Als ik vanuit een onhelder inzicht en met een onzuivere intentie, met door illusies benevelde verwachting begin te oefenen, hoe kan die oefening dan tot helderheid, tot wijsheid en mededogen leiden? Als je er naar vraagt merk je dat mensen meestal met een verkeerde verwachting beginnen te oefenen. Dat is ook logisch: als ze met een helder inzicht zouden beginnen zou er eigenlijk geen reden meer zijn om er nog mee te beginnen.
Het is de inherente paradox van iedere beoefening.
De verschillende tradities hebben hun eigen antwoord op deze paradox geformuleerd. Sommige tradities zullen proberen door logische redenering de absurditeit van illusies te ontmaskeren. Andere zullen door lange en intense meditatie oefening proberen de causale keten waardoor illusies tot stand komen geleidelijk te ondermijnen.
Sommige andere wijzen ieder idee van geleidelijkheid af en stellen dat inzicht alleen plots en ongeconditioneerd kan komen. Nog andere wijzen zelfs ieder idee van beoefening af en stellen dat wijsheid en mededogen enkel kunnen ontstaan vanuit het vertrouwen in onze inherente heldere en mededogende boeddhanatuur.
De vraag bij dit alles is niet wie er nu gelijk heeft. De controverse tussen de verschillende scholen legt een creatief spanningsveld bloot. Het antwoord ligt nooit in de uitersten van het spanningsveld. Het boeddhisme is zowel in zijn beoefening als in zijn filosofie een middenweg.

